De juiste kompaskoers instellen

 

 

1

Leg de vlakke kant van het kompas langs een lijn van het vertrekpunt A naar het doel B; de richtingspijl van het kompas wijst naar het doel.

 

Je weet dus waar je bent, of van waar je wilt vertrekken, en waar je naar toe wilt

 

 

 

 

 

 

2

Draai de N- Z- lijnen van de kompasroos met Noord aanduiding naar het Noorden van de kaart gericht, evenwijdig aan de
N- Z- lijnen op de kaart.

 

Hiermee hebben we de hoek van de wandelrichting t.o.v. de N- Z- lijnen van de kaart ingesteld. Je kunt de ingestelde hoek aflezen bij het indexstreepje.

 

Merk op dat de stand van de kompasnaald nog niet van belang is!

 

 

 

3

Neem het kompas in de hand met de richtingpijl op de kompasplaat recht vooruit.

Draai je lichaam tot de noordkant van de naald in dezelfde richting wijst als het N of de 0º (360º) op de kompasroos.

 

De kompasnaald is precies onder de N-Z-lijn van je kompasroos.

 

De richtingpijl op je kompasplaat wijst nu naar het doel.

 

Zoek in de verte een object waar de richtingpijl naartoe wijst en loop daar naar toe. Herhaal daar de voorgaande stappen opnieuw etc…

 

 

 

 

De routetabel

Bereid een wandeling voor, door het opstellen van een routetabel waarin je opneemt:

 

a)      Het 12 - cijferige coördinatensnijpunt (way-point)

b)     De afstand in een rechte lijn naar het (volgende) doel:
1) in mm op een kaart van 1:25.000
2) in meters in het terrein (let op: in een rechte lijn dus)
3) de tot het volgende doel afgelegde totaal afstand (afstand tot daar)

c)      De wandeltijd, die naar inschatting nodig is via een beloopbare route, naar het doel

d)     De Koers (in graden)

e)      Een korte omschrijving van (de omgeving van of naar) het doel