In de legenda van de kaart 32 H
Ede(uitgave 2003), staan de magnetische gegevens toegelicht. Op 1 januari 2000
wijkt het Werkelijke Noorden (WN) slechts 0°14’ af van het Kaart Noorden (KN)
en is de Westelijke afwijking van het Magnetische Noorden (MN) t.o.v. het Kaart
Noorden (KN) 1¼°. De afwijking wijzigt jaarlijks
Een plaatkompas zo nauwkeurig instellen
is heel moeilijk, zodat we deze afwijking gerust buiten beschouwing kunnen
laten!
Bij het uitleggen van het navigeren met
een kompas houden we verder geen rekening meer met deze magnetische gegevens en
gaan we er van uit dat het Kaart Noorden en het Magnetische Noorden gelijk
zijn.
Een kompas is een magnetische naald in
een capsule (kompasroos). De naald wijst consequent naar het (magnetische)
Noorden. Bij een wandelkompas is deze constructie zo op een plaat gemonteerd
(plaatkompas) dat je de roos en de plaat t.o.v. elkaar kunt verdraaien. Het
wordt daarmee mogelijk met het kompas een hoek in te stellen t.o.v. het
Noorden.
Een
kompasstand is een hoekinstelling in graden t.o.v. het kaartnoorden! N
(Noorden) = 0º, E (Oosten) = 90º, S (Zuiden) = 180º, W (Westen) = 270º.
Belangrijke kenmerken van een kompas
zijn:
-
Lange rechte aanlegkant, waarmee
je twee punten op de kaart zonder hulplijnen kunt verbinden; in de figuur o.a.
met een schaalverdeling 1:25.000;
-
Doorzichtig kompashuis (capsule)
met Noord Zuid lijnen, zodat je de kaart door het huis heen kunt aflezen en
hoeken direct op de kaart kunt instellen;
-
Grote kompasroos, zodat de
schaalverdeling niet te grof wordt;
-
Rustige kompasnaald die snel en
stabiel stil staat (al dan niet vloeistofgedempt).
